Ras Standaard

FCI: Groep 3 - Terriërs

Algehele Indruk:
De American Staffordshire Terriër moet de indruk wekken grote kracht te bezitten in verhouding tot de grootte van zijn lichaam. Alle delen van het lichaam dienen met elkaar in verhouding te zijn, stevig gespierd, atletisch en gracieus. Oplettend en attent t.o.v. zijn omgeving. Tevens behoort hij "stocky" te zijn (vierkant, geblokt, nooit afgetraind), niet lang benig of racy (neiging naar windhondachtig) in zijn omlijning. Zijn moed is spreekwoordelijk.

 

Hoofd:
Van gemiddelde lengte, schedel diep en breed, zeer goed ontwikkelde wangspieren (de zgn."bakken") en een duidelijke stop.
Oren:
Oren hoog aangezet maar toch ver genoeg uit elkaar staand. Ongecoupeerd en moeten klein zijn en "rose" of "half prick" gedragen worden. Oren die van de basis hangen moeten achtergesteld worden.
Ogen:
Zo donker mogelijk, rond, laag en diep in de schedel en ver uitelkaar geplaatst. Geen roze oogleden (oogranden).
Voorsnuit:
Van gemiddelde lengte, ronde bovenzijde, stijl naar beneden vallend van onder de ogen. Kaken duidelijk afgetekend. Onderkaak sterk en met grote bijtkracht. Lippen goed sluitend en gelijkmatig, niet los of te groot. Boventanden moeten juist voor de ondertanden neerkomen; een zgn. schaargebit. Neus beslist zwart!
Nek:
Zwaar, licht gebogen, taps toelopend tot de achterkant van de schedel. Geen losse huid, gemiddelde lengte.
Schouders:
Sterk gespierd, ruime hellende schouderbladen.
Rug:
Tamelijk kort, licht hellend vanaf de schoft naar de romp, aan het eind van de romp kort schuin aflopend naar de staartaanzet. Lendenen iets invallend.
Lichaam:
Zware, goed gewelfde ribben, dicht naast elkaar geplaatst. Borst diep en breed (echter nooit breder dan diep) zodat de voorbenen ver uit elkaar staan.
Staart:
Kort in verhouding tot de grootte, laag aangezet, breed aan de basis, uitlopend tot een fijne punt. Niet gekruld noch boven de ruglijn gedragen, nooit gecoupeerd.
Benen:

Voorbenen recht, verticaal, met dikke ronde beenderen, rechte polsen (nooit doorgezakt). Achterhand goed gespierd, goed gehoekt, noch naar binnen, noch naar buiten draaiend. Voeten van middelmatige grootte, goed gewelfd en compact (een zgn. kattevoetje). Gangwerk veerkrachtig maar zonder deinen, slingeren of telgang. Voorbenen en achterbenen moeten bij het lopen parallel t.o.v. elkaar bewegen.

Vacht:
Korte dicht bij elkaar geplaatste, glanzende stevige stijve haren.
Kleur:
Elke kleur, geheel of gedeeltelijk of gevlekt is toegestaan, maar meer dan 80% wit, leverkleurig, "black/blue and tan" en/of "tri-color" aftekeningen mogen niet worden aangemoedigd.
Grootte:
Hoogte en gewicht moeten in verhouding zijn. Een schofthoogte van 46 - 48.5 cm. voor reuen en 43 - 46 cm. voor teven wordt geprefereerd, Het belangrijkste is echter de harmonie tussen grootte en gewicht (soundness).
Fouten:
Fouten die bestraft moeten worden zijn: vleeskleurige (roze) neus, licht gekleurde ogen, roze oogleden, niet geheel gepigmenteerde neus, te lange of verkeerd gedragen staart, onder voorbeet, boven voorbeet.
NB:

Reuen dienen 2 normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum gedaalde testikkels te hebben. Bij honden met een "blauwe" vacht kunnen de ogen ook blauw zijn, echter wel zo donker mogelijk gewenst.

Geschiedenis

Hoe het begon
De Amerikaanse Staffordshire Terriër kan met redelijke zekerheid tot laat in de 18e eeuw in Engeland worden getraceerd. Het lokken van de stier, een variëteit van andere 'lokkende' sporten en hondengevechten waren toentertijd de manieren om tijd te passeren. In een inspanning om efficiëntere vechtmachines te produceren, werden talrijke kruisingen (tussen bulldoggen en werkende terriërs) over een periode van verscheidene decennia uitgevoerd. Het resultaat van deze kruisingen in 1806 zijn te vergelijken met de Amerikaanse Staffordshire zoals we die vandaag de dag kennen. Houd wel in gedachten dat we de rassen die we vandaag de dag kennen, er voor de 19de eeuw niet zo uitzagen. Bulldoggen die in "The Sporting Magazine" van 1798 tot 1824 te zien zijn, lijken ook veel meer op de AmStaff van vandaag de dag dan op de moderne Bulldoggen. In 1835 werd met de komst van 'Cruelty to Animals Acts' de hondengevechten, het 'lokken' en andere bloedsporten ondergronds gedreven. Rond 1860 kwam de witte Bullterriër als een bijzondere uitloper van de normaal gesproken Bull-en-Terriër te voorschijn. De schepper van deze neef van onze Amerikaanse Staffordshire Terriër was James Hinks. James Hinks fokte de witte Bullterriër door een combinatie van een Bull en (witte) Terriër en een Dalmatische, witte Engelse Terriër te maken. Hinks had succes in de vechtring met deze "Witte Cavalier". Echter is er geen hard bewijs dat de Bullterriër zo vaak voor dat doeleinde gebruikt is zoals in de mid- 19e eeuw. In de vroege jaren van 1900 werd de gekleurde Bullterriër gefokt, door de witte Bullterriër terug naar de Pitbull te kruisen.

1850-1930; Het ras in de Verenigde Staten
Vele honden werden vóór 1860 naar dit continent gebracht, zoals de grote hond Spring die door McCaffrey in 1857 geïmporteerd werd. Rond 1880 importeerde "Cockney" Charly Floy; Paddy en Pilot. Beiden om bekendheid te winnen in de vechtringen van het noord-oosten. In 1898 werd de United Kennel Club in Kalamazoo, Michigan, opgericht door C. Bennet met als doel de Amerikaanse Pibull Terriërs te registreren. Met beroemde eigenaren als John L. Sullivan en Theodore Roosevelt, werd het ras een van de meest populaire rassen tijdens het eerste trimester van de eeuw. De American Pitbull Terriër Club, opgericht in 1921 in Clay Center (Kansas), publiceerde een standaard waar onze standaard van vandaag de dag van is afgeleid.

Moderne geschiedenis
In 1930 ging een aantal financieerders van de Amerikaanse Pitbull Terriër bezig met het erkennen door de American Kennel Club. De man die hier het meest verantwoordelijk voor was, heette Wilfred T. Brandon. De originele petitie onder de naam "American Bull Terriër, werd niet geaccepteerd, slechts voor een deel. Op dat moment, stelde Captain Will Judy (uitgever van het "Dog World" tijdschrift) de naam "Yankee Terriër" voor, maar ook deze werd niet geaccepteerd. Er werd een compromis gesteld, waarin werd vastgesteld dat het ras in 1936 werd erkend als de Staffordshire Terriër. Weelher's Black Dinah en "Pete" (de beroemde hond met de ring rond zijn oog van de "Our Gang Comedies") waren één van de eerste Staffords geregistreerd bij de American Kennel Club in datzelfde jaar (1936). De laatste stap in deze lange evolutie van namen werd in het begin van 1970 gedaan, waarin de naam Staffordshire Bull Terriër werd vastgesteld door de AKC. Hierna werd ook de naam Amerikaanse Staffordshire Terriër erkend als ras en hiermee ging een nieuwe rasstandaard gepaard. Na het bezoeken van een aantal kennels, koos een comité, met als hoofd Wilfred T. Brandon, ColBy's Primo als standaard voor het ras.

Bovenstaande informatie is grotendeels overgenomen uit "The American Staffordshire Terrier", gepubliceerd in 1977 door Dhr. H. Richard Pascoe.

(Zo goed als letterlijk vertaald vanuit het Engels naar het Nederlands.)

1983-heden; Het ras in Nederland

In 1983 werd de eerste Am Staff, de teef Deofol's Yankee, in Nederland geimporteerd door dhr. H. Stelwagen, eigenaar van de kennel "Of Deofol". Zij was ook de eerste bij de Raad van Beheer ingeschreven Am Staff en deed datzelfde jaar tevens als eerste Am Staff mee aan de Terriër Show van de Nederlandse Terriër Unie in Arnhem. In 1984 deed ze als eerste mee aan een officiele hondententoonstelling, namelijk de Paasshow in Leeuwarden, waarna de belangstelling voor het ras ook bij andere hondenliefhebbers in Nederland begon te groeien. In 1984 ging H. Stelwagen naar Amerika om nog twee teven en een reu te kopen. Dit waren de teven Deofol's Disaster, Lacy of Deofol en de reu Tacoma Black Jack. Deze honden werden, samen met zijn eerder genoemde teef, de basis van zijn kennel. Datzelfde jaar (1984) was ook het jaar dat de gebroeders B. en S. van Sloten (Dionysisch kennel) en H. Matulessy drie teven uit Duitsland importeerden. Samen met H. Stelwagen zijn zij nauw betrokken geweest met de oprichting van de American Staffordshire Club Holland. In de eerste jaren na invoering van het ras, hebben zowel de honden van de kennel Of Deofol's als die van de Dionysisch kennel, een stempel gedrukt op de Nederlandse Am Staffs. Sinds die tijd zijn er een hoop liefhebbers bijgekomen, veel Am Staffs vanuit verschillende landen en lijnen geimporteerd en zijn er nesten gefokt met dusdanige kwaliteit dat ook andere landen Am Staffs vanuit Nederland importeerden. Het ras is in Nederland inmiddels zeer populair geworden, wat ook de nodige nadelen met zich meebrengt, maar ondanks dat kunnen wij trots zijn op de kwaliteit die nog steeds in Nederland geproduceerd wordt. Meer informatie over de geschiedenis en ontwikkeling van de Am Staff in Nederland, kunt u vinden in de prachtige naslagwerken van Wil de Veer, genaamd De American Staffordshire Terriër in Nederland en De American Staffordshire Terriër in Nederland deel 2.

Karakter

De AmStaff is een zeer fysieke hond die van menselijk contact houdt.

Ze zijn niet hyper, maar kunnen wel actief zijn wanneer de eigenaar dit toelaat. Als u van plan bent een Am Staff te nemen als huisdier, wees er dan op voorbereid om hem/haar vanaf dag 1 te trainen. Hoe meer u de hond als pup al traint (huismanieren), des te beter de volwassene zal zijn. Wees bereid om een goede basis voor het gedrag in het eerste jaar vast te leggen. Dit is een zeer intelligent ras dat zijn eigen routine maakt, wanneer u hen niet laat zien wat u van hen verwacht. In tegenstelling tot wat de meeste denken, is de AmStaff geen koppig ras (zoals dat vaak wel van de Terriërs gezegd wordt). Met een goede fokker en de juiste pup bij de juiste eigenaar, zijn deze honden zeer intelligent, goed te trainen, hebben ze een 'will to please' en passen ze zich goed aan elke familliare situatie aan. Deze honden zijn liefhebbende metgezellen en beschermers voor vele jaren.

De Am Staff is zelfverzekerd, goed van nature en vriendelijk. Hij heeft een positieve, maar geen dreigende houding. Vaak wordt hij, door mensen die voor het eerst met dit ras kennis maken, beschouwd als TE vertrouwend en vriendelijk, terwijl dit eigenlijk juist één van de karaktereigenschappen van de AmStaff is. Zoals al eerder gezegd is het een zeer zelfverzekerd en vriendelijk ras. Wanneer er zich een probleem voordoet, zal uw Am Staff in actie komen. Dit is het beste kenmerk van het ras; hij kan zowel vrienden als vriendelijke vreemdelingen hartelijk verwelkomen, maar tegelijkertijd zal hij beschermen tegen onvriendelijken. Toch moet men bij de aanschaf van een Am Staff rekening houden met de oorsprong van het ras. Hij zal hoogstwaarschijnlijk niet altijd samen kunnen met andere honden en een uitdaging zeker niet uit de weg gaan. Loslopen kan vanaf een bepaalde leeftijd dus vaak niet meer, uitzonderingen daar gelaten.

Wanneer het om kinderen gaat (of u ze op dit moment al heeft, of dat ze er in de toekomst zullen komen), hoeft u zich geen zorgen te maken over uw keus voor een AmStaff als huisdier. Maar vergeet niet uw verantwoordlijkheid voor de zorg van uw puppy of zijn training. Het is zeer belangrijk, zoals hierboven al is aangegeven, dat u een goede basis legt in de eerste paar maanden. Jonge puppies moeten nauwlettend in de gaten worden gehouden en worden getraind wanneer het zich in de buurt van uw kinderen bevindt. Ook zou u hem nooit onbeheerd bij uw kinderen moeten laten, al geldt dat natuurlijk niet alleen voor dit ras maar voor elk ras! Als u bereid bent elke dag tijd te maken om met uw puppy te gaan trainen, zal u een prefect huisdier aan hem hebben. De AmStaff maakt zichzelf een perfecte beschermer, een fantastisch huisdier en een ware metgezel.

Klik hier om meer te lezen over de "Ruffian Bloedlijn"

Klik hier om mijn favoriete Am Staffs te bekijken